AAGU
Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht


"I am scared" - Verslag & video vanaf de muur naast de gezinsgevangenis op Kamp Zeist, 26 november 2015

In English: "I am scared" - Report & video from the wall next to the family prison at Kamp Zeist, November 26, 2015



Op 26 november 2015 blokkeerden 40 activisten de poorten van detentiecentrum Kamp Zeist door sloten om deuren te doen en zich met lockons aan de toegangspoorten vast te ketenen. Het bouwverkeer van de nieuwe permanente gezinsgevangenis werd hierdoor zes uur lang tegen gehouden. Na die zes uur bleken alle bouwvakkers vertrokken en kon de actie worden beeindigd. De bouw werd voor die dag stilgelegd. Hierbij een verslag vanaf de muur die bij deze gelegenheid ook weer werd beklommen.

06:00: Samen met een mede activist klim ik op de vijf meter hoge muur van het detentiecentrum, naast de tijdelijke gezinsgevangenis. We zijn bewapend met een live-stream camera, verrekijker, megafoon en spandoek "Refugees free - Vluchtelingen vrij - Liberte pour les sans papiers!". We hijsen de ladder bij ons op de muur.

Iets meer dan een jaar geleden, op 22 november 2014, was het door de muurbezetters goed gelukt contact te maken met de gezinnen binnen, de bewaking was toen niet op een muurbezetting voorbereid en had geen instructies hoe te reageren. Toen werd het gesprek met de gezinnen over hun situatie niet in de weg gestaan. Vandaag is dat anders.

Ik probeer contact te maken met de gegijzelde gezinnen en minors binnen het kamp. Vanaf de eerste 5 minuten op de muur wordt alarm geslagen en de bewaking in touw gezet: 'Dienst Justitiele Inrichtingen' ijsbeert heen en weer tussen de muur en het 5 meter hoge hek met schrikdraad dat ons nog afscheidt van de mensen binnen. Van de bewakers probeert er een incognito te zijn met een hoody op. Hij pleegt overleg op het terrein. Hij krijgt waarschijnlijk de opdracht te voorkomen dat mensen met ons zullen gaan praten.

Het blijft een hele tijd stil. Wij, ondersteund door de activisten in de lockons aan een van de speedgates, roepen onze leuzen en ik roep mensen op om met ons te praten, hun verhaal te doen, al hun frustraties met het NL asielbeleid aan ons te vertellen, met DT&V en IND. Alles wordt direct opgenomen en live gestreamed op internet.

Vanaf mijn punt op de muur overzie ik het terrein: een stuk of vijf barrakken, nog een klein soort schuurtje, wat speeltuig, coniferen in een plantenbak, aan de overkant de gele barakken van de bewaking, de terreinwinkel en een openbare ruimte. Een ongelooflijk triest geheel, ik heb zelfs medelijden met de wipkip op het terrein. Op anderhalve meter afstand het hoge hek met schrikdraad, geen mogelijkheid tot ontsnapping dus. Aan de binnenkant van de muren het 'kindvriendelijke' aspect van de gezinsgevangenis; het behang met klimop. Als je de hekken met schrikdraad negeert, zo moet TNO hebben bedacht, zou dit behang wellicht een veilig 'thuisgevoel' geven.

Iedere keer na mijn oproep aan de mensen blijft het stil. Ik hoor alleen de weerkaatsing van mijn eigen stem binnen de muren van het kamp.

In het halfdonker rennen schimmen voorbij, helemaal achterin. Achter de gele barrakken, twee volwassenen en een trits kleine kinderen. Ze verdwijnen weer. Een jongen die snel over het terrein rent en verdwijnt, een stelletje dat snel in een van de barrakken schiet maar nog vlug even zwaait naar ons. Ze hebben ons dus gezien en gehoord.
Een meisje in de verte op het speelterrein begint met stoepkrijt iets te tekenen op de tegels, maar wordt door een bewaker naar binnen gesommeerd. Ik kan niets anders doen dan mijn oproep met tussenpozen maar te herhalen. Na een hele tijd wachten, komen er twee meiden aangelopen naar de barak die het dichtst bij mij staat. Ik schat rond de 18 jaar oud. Ik herhaal mijn oproep en een van de meiden reageert. Ze loopt voorzichtig mijn richting uit, maar niet te dichtbij. Ze is moeilijk verstaanbaar. Ik vraag haar waar ze vandaan komt. Zimbabwe, zo blijkt, en ze vertelt dat ze 17 dagen in detentie heeft gezeten voordat ze hier is gekomen. Ze kijkt onrustig om zich heen, waardoor ze voor mij moeilijk verstaanbaar is en roept: "I'm scared!" Ze barst in tranen uit, ze schreeuwt het uit. Het andere meisje komt aangesneld, slaat een arm om haar heen en leidt haar terug de barak in. Nog een tijd lang horen we het wanhopige schreeuwen van het meisje uit de barak.

De 'hoody' komt en loopt als een waakhond heen en weer in mijn hoek. Dan zie ik in de verte, achter het raam van de gele barakken een man en een kind staan met een groot wit vel papier. Er staat vermoedelijk iets op geschreven, maar ik kan het niet lezen. Hopelijk lukt dit met inzoomen van het beeldmateriaal later. Ze zwaaien en ik zwaai terug. Ik vertel weer waarom we hier zijn, dat we achter hen staan en de vluchtelingen ondersteunen waar we kunnen.

Het meisje uit Zimbabwe heeft intussen een manier gevonden om toch met mij te communiceren. Het gordijn van het raam aan de achterkant van haar barak gaat opzij en we zwaaien. Aarzelend roept ze fluisterend: "We are not allowed to talk". "We want equality!" en "There is a pregnant woman here!"

Ik ben blij met haar dappere daad van verzet, maar ook bezorgd. De waakhond blijft nu bijna onafgebroken op zijn spot. Soms verstopt hij zich om mij te laten denken dat hij weg is om te horen wat ik te melden heb als ik de perstelefoon bel, of verslag doe voor op de livestream. Ik kan het niet laten hem van repliek te dienen.

Intussen is politie gearriveerd en hebben zich al laten informeren bij de lockers en hun twee buddy's beneden aan de andere kant van de muur. Het is voor hen duidelijk dat ze niet veel uit kunnen halen. De speedgate kan niet open zonder dat de armen van de activisten er afgerukt zouden worden, dus het is einde verhaal voor hen. Later verschijnt aan de andere kant van de gate IBT met helmen en K-mar die zich prepareren voor een operatie.

Wij herhalen onze leuzen, "no border no nation, stop deportation" en ik praat de mensen toe, wil ze laten weten dat we bewust zijn van de mensenrechtenschendingen, het onrecht dat hen wordt aangedaan, de repressie die nu duidelijk zichtbaar is door het verbod op spreken. Ik beloof hun dat we zullen bekendmaken wat we hier hebben gezien en gehoord.

Als de waakhond het meisje uit Zimbabwe weer hoort roepen dat ze geen toestemming hebben om te praten met ons, loopt hij naar haar raam en vertelt haar, er van verzekerd dat ik het kan horen, dat "die mensen niet beseffen dat de kinderen bang voor hen zijn". Dit manipulatieve gedrag kan ik niet over mijn kant laten gaan. Ik roep luid en duidelijk over het terrein wat de bewaker zegt en hoe manipulatief dit is en dat de kinderen niet bang voor ons hoeven zijn, maar dat zij vermoedelijk bang zijn voor de bewaking die hen weerhoudt van spreken en meewerkt aan hun gevangenschap en deportatie.

Ik wil het meisje ondersteunen en roep dat we weten dat Zimbabwe een land is van repressie, waar de oppositie van Mugabe hun vrijheid en leven niet zeker zijn.

Wat kan ik nog doen? Ik ben woedend om het feit dat de mensen hun mond wordt gesnoerd. Als ik roep dat NL het land is dat de mond vol heeft van vrije meningsuiting, steekt de waakhond zijn duim op. Vrijheid van meningsuiting is een statement dat door de rechtse hetze wordt misbruikt. Het is duidelijk waar hij voor staat.

Een stuk of negen personenwagens rijden het terrein van de gezinsgevangenis op en weer af richting een parkeerplaats onder de voormalige rechtbank op het terrein, direct gelegen naast de gezinsgevangenis.

Als we nog een aantal keer onze leuzen herhalen en ook de stemmen van onze kameraden hoorbaar zijn met de zelfde leuzen, hoor ik de stem van het meisje meedoen vanuit het raam: "no borders! No Nations! Stop deportations!".
Haar dapperheid is voor mij, hoog op de muur met een paspoort en een zeker wit privilege waarmee ik uberhaupt aan dit soort acties kan deelnemen, een getuigenis van grote moed. Ik ben bang voor de represailles van de bewaking. Maar wat hebben zij te verliezen? De deportatie die hen binnen zeer korte tijd te wachten staat, naar het land waarvan zij zijn gevlucht of naar welk willekeurig ander land dat maar smeergeld van DT&V zal accepteren is een overtreffende trap van een angst die wij niet eens kunnen bevatten.

We worden individueel gesommeerd om te vertrekken en krijgen te horen dat we nu kunnen besluiten om zonder gevolgen weg te gaan of te blijven en gearresteerd te worden. In overleg met de andere blokkade groep besluiten we na zes uur actie weg te gaan. De pers is bereikt. De bouw van de gezinsgevangenis is voor de rest van de dag al stilgelegd.

Maar de mensen blijven achter in gezinsgevangenis Kamp Zeist. En dat is onacceptabel. "Do you come back?" roept iemand vanuit de gele barakken aan de overkant terwijl ik de ladder afloop. Ik beloof dat we terugkomen, maar ik realiseer me gelijk dat ik niet eens weet of ik die belofte waar kan maken. Wat zeg ik nou..
"We love you!" roept het meisje uit Zimbabwe en ik roep terug dat ik ook van hun houd en ik meen het. Waarom? Omdat we samen de vrijheid zouden moeten hebben om te vechten tegen dit racistisch beleid, de exclusiviteit die bepaalt dat ik hier op de muur kan zitten en zij hier opgesloten zijn om te worden gedeporteerd. Dat zij slechts beperkt tot 32 landen toegang hebben in de wereld en ik tot al die landen. Dat zij 'vluchtelingen', 'immigranten' of 'gelukszoekers' heten als ze besluiten de grens van het westen over te gaan, en wij 'expats' die 'ontwikkeling' komen brengen zoals in Nigeria met Shell, of welk willekeurig land in het Afrikaans continent ook waar wij ons materieel geluk zoeken waarop Europa is gebouwd.

Dat wij notabene de vrijheid hebben om de keuze te maken om gearresteerd te worden of vrijuit te gaan zodat we nog een demo kunnen doen bij 'gebouw 52', het deel van het detentiecentrum voor vluchtelingen op Kamp Zeist waar mannen zitten, is in deze context een absurde luxe.

Vrijheid bestaat niet als niet iedereen vrij is. Dank voor de moed om het verbod op spreken met alle risico's van dien te doorbreken aan het meisje waarvan ik de naam niet eens weet. Ze zal op korte termijn in complete onzichtbaarheid worden gedeporteerd.


Naeri


"I am scared" - Report & video from the wall next to the family prison at Kamp Zeist, November 26, 2015



On November 26 2015 40 activists blocked the gates of detention center Kamp Zeist by putting locks around doors en by chaining themselves to the entrance gates with lock-ons. The construction traffic for the new permanent family prison was stopped by this for six hours. After those six hours it turned out that all workers had left en the action could be ended. The construction was put to a hold for that day. Here is a report from the wall that was again climbed on as well.

06:00: Together with a fellow activist I climb on the five meter high wall of the detention center, next to the temporary family prison. We are carrying a live-stream camera, binocular, megaphone and a banner "Refugees free - Vluchtelingen vrij - Liberte pour les sans papiers!". We hoist the ladder up on the wall with us.

A little over a year ago, on November 22 2014, the wall occupiers succeeded very well to make contact with the families inside, at the time the guards were not prepared for a wall occupation and they had no instructions on how to react. A conversation with the families about their situation was not prevented. Today it is different.

I try to make contact with the hostaged families and minors in the camp. The first 5 minutes alarm is raised and the security is alerted. 'Dienst justitiele inrichtingen' (prison services) is pacing up and down between the wall and the 5 meter high fence with live wire that separates us from the people inside. One of the guards tries to remain incognito wearing a hoody. He consults on the terrain. It is likely that he is being ordered to prevent people from talking to us.

It remains quiet for a while. We, supported by the activists in lock-ons on one of the speedgates, are yelling slogans and I call to people to come and talk to us, to tell their story, to tell all their frustrations with the Dutch asylum policy, their experiences with the DT&V and the IND. All is being recorded and streamed live on the internet.

From my place on the wall I can oversee the terrain: about five barracks, a small sort of shed, some Park toys, conifers in a planter, on the other side the yellow barracks of the security, the terrain shop and a public space. An incredible sad place, I even pity the 'Wipkip' (bouncing toy that looks like a chicken) on the terrain. One and a half meter away there is the high fence with live wire, no possible escape. On the insde of the walls the 'child friendly' aspect of the family prison; the wall paper with ivy leaves. If you ignore the fences with live wire, TNO must have thought, this wall paper might give you a feeling of a 'safe home'.

Every time after my call it remains silent. All I hear is my voice echoing inside the walls of the camp.

In the dusk shades are running, all the way in the back. Behind the yellow barracks, two adults and a bunch of children. They disappear. A boy that runs over the terrain and then vanishes, a couple that quickly gets into one of the barracks but waives to us just before they do. So they have seen us and heard us.
A girl in the distance on the play ground starts to draw something on the tiling, but is being summoned inside by a guard. I can do nothing but repeating my call every now and then. After a whole time of waiting, two girls come walking to the barrack that is closest to me. I estimate they are about 18 years old. I repeat my call and one of the girls responds. She carefully comes closer, but not too close. She is difficult to hear. I ask her where she's from. Zimbabwe, it turns out, and she tells met that she spent 17 days in a cell before she came here. She looks around restless, which makes it even harder for me to understand her and she calls: "I'm scared!". She bursts into tears, she cries out. The other girl comes running, she puts her arm around her and leads her back into the barrack. From the barrack, we keep hearing her desperate outcries for a long time.

The 'hoody' comes and paces up and down in my corner. Then, in the distance, behind the window of the yellow barracks, I can see a man and a child with a large piece of white paper. There must be something written on it, but I can't read it. Hopefully we can do it later, when we zoom in on the recording. They waive and I waive back. I tell them again why we are here, that we are standing behind them and that we support refugees where we can.

The girl from Zimbabwe has now found a way to communicate with me. The curtain of the window at the back of the barrack is pushed aside and we waive. Hesitating she calls in a whispering voice: "We are not allowed to talk". "We want equality!" and "There is a pregnant woman here!"

I am glad with her courageous act of resistance, but also worried. The guard dog now stays on his spot constantly. Sometimes he hides to make me think he has left and to listen into what I have to say when I call the press phone, or report to the live-stream. I can't resist to give him a reply.

Meanwhile, the police has arrived and they have informed themselves with the lockers and their two buddies down at the other side of the wall. It is clear to them that there is not much they can do. The speedgate can't be opened without ripping off the arms of the activists, so that's end of story for them. Later, on the other side of the gate we see IBT (prison riot cops) with helmets on and military police preparing for an operation.

We repeat our slogans, "no border no nation, stop deportation" and I talk to the people, want to let them know that we are aware of the violation of human rights, the injustice that is done to them, the repression that is now clearly visible by the prohibition to speak. I promise that we will reveal what we have seen and heard here.

When the guard dog hears the girl from Zimbabwe call again that they have no permission to talk to us, he walks to her window and tells her, making sure that I can hear it, that "those people do not realize that the children are afraid of them". I can't let this manipulative behaviour pass. I call loud and clear across the terrain what the guard is saying and how manipulative that is and that the children need not be afraid of us, but that they are likely afraid of the guards that stop them from talking and cooperates in their imprisonment and deportation.

I want to support the girl and call that we know that Zimbabwe is a country of repression,where people of the opposition of Mugabe are afraid of their freedom and their life.

What else can I do? I am angry because of the fact that people are being silenced. When I call that the Netherlands has its mouth full of freedom of speech, the guard dog gives me a thumbs up. Freedom of speech is a statement being used by the right wing smear campaign. It is obvious where he stands for.

About nine cars drive onto the terrain of the family prison and off it again in the direction of a parking place underneath the former court on the terrain, right next to the family prison.

When we repeat our slogans a couple of times and also the voices of our comrades can be heard yelling the same slogans, I can hear the voice of the girl joining in from the window: "No borders! No nations! Stop deportations!".
To me, high on the wall with a passport and a certain white privilege which allows me to take part in actions like this, her bravery shows great courage. I am worried about reprisals from the guards. But what have they got to lose? The deportation that awaits them in a short while, to the country they fled from or to any other country that accepts the bribes of the DT&V is a superlative degree of the fear that we cannot even comprehend.

We are summoned individually to leave and we are told that we can decide to leave without consequences or to stay and get arrested. In agreement with the other blockade group we decide to leave after six hours of action. The press has been reached. The construction of the family prison has been put to a hold for the rest of the day.

But the people stay behind in family prison Kamp Zeist. And that is unacceptable. "Do you come back?" someone calls from inside the yellow barracks on the other side as I go down the ladder. I promise that we will come back, but at the same time I realize that I don't even know if I can live up to that promise. What am I saying....
"We love you!" the girl from Zimbabwe calls and I call back that I love them too and I mean it. Why? Because we should have the freedom together to fight against this racist policy, the exclusivity that determines that I can sit here on the wall and that they are locked up to be deported. That they only have access to 32 countries in the world and that I have access to all of them. That they are being called 'refugees', 'immigrants' or 'fortune seekers' if they decide to cross the border to the west, and that we are being called 'expats' that bring 'development' in Nigeria with Shell, or any other country in the African continent where we search for the material happiness that Europe is built on.

The fact that we have the liberty to make the choice of getting arrested or to walk free so we can hold a demo at 'building 52', the part of the detention center for refugees at Kamp Zeist where men are being held, is an absurd luxury in this context.

Freedom does not exist when not everyone is free. Thank you, girl of whom I don't even know the name, for the courage to break the prohibition to speak regardless the consequences. She will be deported at short notice, completely out of sight.

Naeri